Historie


De geschiedenis van de schuttersgilde is in 3 perioden te verdelen;

De periode als verdedigingskorps. (ca. 1100 tot 1500)

Omdat het oud Germaans gebruik ieder zorgt voor zichzelf niet meer functioneerde sloten de mannen van een dorp of stadsgemeenschap zich aaneen teneinde zich te oefenen in het gebruik van wapens en daarmee hof en haard gezamenlijk te verdedigen. Meestal werden er door kasteelheer en of stadsbestuur beloningen in het vooruitzicht gesteld, zodat op deze manier een band met de overheid ontstond. Al spoedig was het zover dat deze overheid een zuivere militair reglement opstelde met dienstvoorschriften voor normale en oorlogstijd..

In tijden van gevaar vluchten de mensen met hun vee naar de versterkte kastelen of achter de stadswallen die dan door de schuttersgilden verdedigd werden.

Voor Epen was dit kasteel Wittem dat door het St. Petri und Pauli-gilde verdedigd werd. Volgens dhr A. Simonis z.g. die de geschiedenis van kasteel Wittem bestudeerde was dit de schutterij van Epen. Zij zou opgericht zijn rond de 12e eeuw.

Kerkelijke-folkloristische periode (ca. 1550 tot 1800)

De tweede ook wel kerkelijke-folkloristische  periode duurt van ca. 1550 tot 1800. Toen de vuurwapens opkwamen ging de verdediging van de stad en land over in handen van huursoldaten die met tuig geoefend waren. De schutterijen werden niet opgeheven doch kregen een andere taak.

Zij hielpen de vroedvaderen bij het opsporen van misdadigers en bij het bewaken van gevangenen. Zij kregen daarnaast een begeleidende en opluisterende taak. Dit laatste mede om de kerk een beroep op hen deed om het sacrament te beschermen en de processie op te luisteren c.q. te zorgen dat deze niet vestoord werden. In deze periode werden zelfs nieuwe schutterijen opgericht met dit laatste als hoofddoel.

Door hun taken bij het kerkelijke gebeuren werden de schutterijen ook sterk kerkelijk georiënteerd. Zij hadden een eigen altaar en een eigen klok in de toren. Het spreekt voor zich dat de schutterijen in deze periode ook een gedeelte van hun bewapening moderniseerden. Met andere woorden men schafte geweren aan. Deze periode wordt gekenmerkt door de rijke kostumering. Uit deze tijd stamt ook het vogelschieten, de koningen en de zilverplaten.

Deze periode sloot men af met de komst van de Fransen. Omdat zij bevreesd waren voor opstanden werden de schutterijen verboden. Toen Napoleon aan het bewind kwam werd het nog erger. Alle bezittingen werden in beslag genomen. Zelfs de archieven werden naar Frankrijk getransporteerd. Uit deze periode is van de Epense schutterij niet veel bekend, slechts een pover gedeelte van het koningszilver werd gered. De oudste plaat het jaartal 1756 en is geschonken door de heer Luitenhof, Hendricus Liboth die gehuwd was met Cristina Thijsen. Verder een zevental koningsplaten en een serie medailles geschonken door de,, oversten” in 1777, het geen op een jubileum of andere bijzondere gebeurtenis duidt. De derde periode begint op het eind van Napoleons heerschappij.

van 1800 tot heden

Zij is in het begin gekenmerkt door armoede, alle bezittingen waren geplunderd, verkocht of op een andere manier vervreemd. Zij wordt ook gekenmerkt door het sterke militaire karakter dat de schutterijen krijgen. In het begin veroorzaakt door Franse en Duitse invloeden t.g.v. de oorlog , later nog versterkt door de wetgeving. Deze wet uit 1827 hield in dat er in iedere gemeente een schutterij diende te bestaan, gemeenten met meer dan 2500 inwoners binnen de bebouwde  kom een dienstdoende schutterij, de overige gemeenten een rustende d.w.z. die in vredestijd geen dienst hoefde te doen. In 1901 zijn deze schutterijen bij wet opgeheven en in 1907 zijn de dienstdoende ofwel stadsschutterijen ontbonden.

De rustende of de schutterijen in de dorpen zijn gelukkig blijven bestaan. Voor deze schutterijen begint dus in 1907 eigenlijk de vierde periode.


Onze schutterij werd in jaar 1808 heropgericht, en vanaf deze datum zijn praktisch alle boeken voor ons bewaard gebleven. Kennen wij ook niet alle namen en feiten die vermeld zijn, het is toch interessant om deze boeken eens door te bladeren. Op de eerste bladzijde van het oudste boek zien we, Register Buch, Der Bruderschafft unser lieben Frauen und Mutter Gottes Maria und heiligen Apostels Pauli Patronen, der pfahr Kirche von Epen. 29sten junij 1808.


Dan volgt de ,,Bedingung der Schutzerij von Epen’’ liefst 16 artikelen. De meest interessante zullen wij opnoemen om u een indruk te geven hoe serieus de zaken toen genomen werden en nu nog genomen worden.

Erstens, sollen alle Brüder der Bruderschafft und Schutzerije dem allmächtigen Gott, Maria seine Gebenedeijte Mutter und unsern Patron de Heiligen Pauli zur Ehren und dem Herrn Capitain dieser Bruderschaft und Schuzerij in allem unterhänig seijn. Sowohl in begleitung der Processionen als in Sachen de Schutzerij.

Art. 2 en 3 handelen over inschrijven , contributie en uitschrijven. De bedragen hiervoor te betalen resp. 250 mark, 20 mark per jaar en 25 mark.

Voor zielenheil van ieder afgestorven lid werden een hoogmis en twee leesmissen opgedragen waarbij alle leden aanwezig dienden te zijn. Afwezigheid kostte 10 mark. Art 5 geven wij weer letterlijk: wenn einer sein sollte welcher sich auf vorgeschriebenen tag sollte ungebúrlich  auffuren solang die schutzerij unter orde stehet, sol er das erste mahl zur strafe zahlen 15 mark das zweite mahl 25 mark und das dritte mahl vor allen schutzen ausgestrichen werden.

Dat dit art. serieus genomen werd is in de boeken te zien, er werden leden doorgehaald.

Aan de processie had ieder deel te nemen met een ,Flambau, afwezig zijn koste 15 mark.

Bij het koningsvogelschieten moest ieder met zijn geweer verschijnen of 10 mark boete betalen. Uit al deze artikelen blijkt een sterke verbondenheid met kerk en folklore. Er heerste strenge discipline en de straffen bij het niet nakomen waren niet mis.

Uit de mentaliteit blijkt dat het als een eer beschouwd werd lid van de schutterij te zijn.

Ter illustratie geven wij u een overzicht van de ledenlijst van 1808.

  • Capitain  -  Caspar Spitz
  • Secretair  -  Johann Geilenkirchen
  • Luitenant  -  Herman Tijchon
  • Fenderick  -  Stefhan Nuellens
  • Fenderick  -  Johannus Hondts        
  • Adjudant  -  Egidius Mohr
  • Corporal  -  Peter Smets
  • Corporal  -  Johannus Hissel
  • Koning  -  Hendricus Steyns                            

Waarna de namen van 50 Schutzen volgden. Als we in aanmerking nemen hoe klein Epen in die tijd ongetwijfeld was dan mogen we concluderen dat praktisch alle mannen lid waren.

Een bijzonderheid die we nu niet meer kennen is de betaling. Zo ontving iedere koning zijn jaarlijkse rent. De fluitspeler ontving voor iedere keer dat hij speelde vier franken, de tamboer twee. Ook de rond 1860 geïntroduceerde tamboer-maître werd betaald. Al deze betalingen bleven gehandhaafd, zij het verschillend van hoogte, tot de eerste wereldoorlog. Daarna werd niet meer betaald. Omdat Epen de ene periode Belgisch dan weer Duits en vervolgens Nederlands gebied was zijn de contributies nog al eens gewijzigd. Zo bedroeg zij in 1851 30 cent. Daar dit jaar gestart werd met een kassaldo van 1 gulden en 9 cent en men dit te weinig vond, werd besloten de oversten hun plaats te laten betalen, m.a.w. de leidinggevende functies werden bij opbod verkocht. Zij leverden deze eerste keer het volgende op:

  • Kapitein  -  Caspar Snacken  -  12,00 Gulden    
  • Secretaris  -  Gerard Naho  -  2,50 Gulden
  • Kolonel  -  Peter Jozef Frijns  -  3,00 Gulden
  • De Majoor  -  Herman Mobers  -  5,75 Gulden
  • Generaal  -  Hendricus Frijns  -  8,00 Gulden

    Dit verkopen van plaatsen gebeurde daarna nog velen keren en werd in 1890 afgeschaft.

Na die tijd worden bestuursfuncties op grond van verkiezingen en officiers functies op grond van verdiensten en geschiktheid toegekend. Bestond tot nu toe de uniformiteit in kleding uit het dragen van een sjerp tijdens de processie, in 1874 werden ,, zuaven” kleren aangeschaft. Onze boeken vermelden: het stof voor zuaven klederen 34 fr. 40 cent. Voor het maken van klederen bij Deckers 30 fr. Op 23 augustus 1884 werd een nieuwe drapeau gekocht bij Stolzenbach in Roermond voor de som van 162 gulden. Deze drapeau werd ingezegend door ons lid Pastoor Gusgens. Om de nadruk nog eens te leggen op het verplicht aanwezig zijn werd in 1890 in een gewijzigd reglement opgenomen dat de oversten bij afwezigheid beboet werden met een bedrag dat 15 maal hoger was dan van een gewoon lid. Bovendien werd bepaald dat twee maal afwezig zijn inhield dat men niet meer als overste erkend werd. De Generaal kreeg als bijzondere taak bij iedere overste een briefje aan huis te bezorgen iedere keer als er iets van de schutterij te doen was. Kennelijk kwam men toen ook al met het smoesje ( ik wist het niet).

In 1897 werd volgen de boeken voor het eerst deel genomen aan een schuttersfeest, en wel te Wijlre. Dat dit een bijzondere gebeurtenis was blijkt wel uit het feit dat men de Harmonie vroeg om als begeleiding mee te gaan. Aan dit verzoek werd voor 14,40 gulden voldaan. Als we de verdere uitgaven gemaakt bij het bezoek aan dit feest nagaan blijkt hieruit dat de weg heen en terug te voet werd afgelegd. Dat men op de heenweg bij A.Sprooten Epen bij Ploem Mechelen, Smeets Wittem en Nivelstein Wijlre rusten en de dorst leste en dit zelfde op de terug weg deed bij Wauben Wijlre Van Houthem Mechelen en weer bij A.Sprooten Epen. Samen met het verteer aan het buffet te Wijlre koste dit 12.59 gulden. In dit jaar nam men ook deel aan de optocht georganiseerd ter gelegenheid van de Kroning van Hare Majesteit Koningin  Wilhelmina.


In 1899 bezocht men het schuttersfeest te Mechelen. In 1907 te Eys of op deze feesten prijzen behaald werden is niet bekend. Feit is wel dat vanaf deze tijd onze schutterij schuttersfeesten blijft bezoeken, en zelf organiseert. Om een goede indruk te krijgen van de ontwikkeling der schutterij ontkomen we er niet aan om 100 jaar na de heroprichting dus in 1908 nog eens de ledenlijst te bekijken:
  

  • Ere voorzitter  -  Hendrik Frijns
  • Kapitein / voorzitter  -  Petrus Mordang
  • Generaal  -  W. Watrin
  • Kolonel  -  Josephus Vluggen
  • Majoor  -  Josephus Brouwers
  • Eerste Luitenant  -  Mathieu Sprooten
  • Tweede Luitenant  -  Stephanus Thijsen
  • Officier  -  Jan Pluymakers
  • Penningmeester  -  C. Cuvelier
  • Secretaris  -  Mat Vaessen
  • Keizer  -  Jos Rompen, Hubert Göebbels
  • Koning  -  Johan Schijns
  • Vogelvervaardiger  -  Gilles Vosz
  • Plaatvervaardiger  -  Gilles Schmetz
  • Banierdrager  -  Joseph Vluggen
  • Tamboer-maître  -  W. Nix
  • Tamboer  -  Jos Mordang
  • Jubilarissen  -  Mich Burgers, Hendrik Frijns, Peter Brouwers, Johan Meulenberg, Antoon Mordang en Johan Schillings

    Vervolgens 137 schutzen, wat omvang betreft een duidelijke vooruitgang.

Epen was natuurlijk wat inwonertal betreft ook gegroeid in deze 100 jaar. Het financiële gedeelte was niet zo rooskleurig, er was een te kort van 21 gulden en 4 cent of te wel 35 mark en 7 pfenning. Een jaar later is het tekort gestegen tot 100 mark en 21 pfenning. Om aan dit tekort iets te doen werd besloten in 1909 een internationaal schuttersfeest te organiseren. De baten van dit feest bedroegen 193,88 mark, zodat er weer een batig saldo ontstond. In 1914 breekt de eerste wereldoorlog uit en ondanks onze neutraliteit moet de schutterij noodgedwongen haar activiteiten stop zetten.


Na 4 jaar start men in 1918 weer en wel met 68 leden en 5 bestuursleden te weten kapitein J. Rouwette, secretaris J. Schijns, penningmeester Jos Mordang en leden M. Alleleijn en Peter Stommen. In 1919 zien we voor het eerst op de ledenlijst verschijnen de term gewapend lid, bedoeld word hier geweerdrager, 9 in aantal. Op de bijgeplaatste foto ziet u dat dit er in 1921 al 14 waren, een op waarse lijn dus. In 1930 wordt ter gelegenheid van 300 jarig bestaansfeest een groot opgezet schuttersfeest georganiseerd met maar liefst 61 deelnemende schutterijen en 15 andere verenigingen zoals harmonie, fanfare, fietsclubs en dergelijke. Volgend e boeken en foto’s een zeer geslaagd feest. In 1937 ging onze generaal Leo Mordant voor het eerst mee in uniform in 1938 onze ere Voorzitter Twen Mordang ook voor het eerst. Beiden starten als gewone soldaat. De uitrukkende diensten die deze beiden heren misten zijn op de vingers van een hand te tellen, voor beiden samen wel te verstaan. Mag dit ons tot voorbeeld strekken. In 1940 breekt de Tweede Wereldoorlog uit en Nederland wordt bezet. En zie Histoire se Repete wat de Fransen ons rond 1800 flikten leveren de Duitsers ons nu. Vergaderen verboden, bij voortbestaan lid worden van de kultur kammer zoniet alles inleveren en activiteiten stoppen. Daar onze schutterij uiteraard niets met de bezettingsmacht te maken wil hebben besluit zij tot het laatste. P. Notermans besluit niet alles in te leveren, koningszilver en een aantal buksen niet, en doet verder of er niets aan de hand is. Hij int contributie, besteld als nodig schuttersdiensten en komt in 1945 met een kasboek op de proppen dat niet het nadelige saldo van 1940 groot 120 gulden en 47 cent te zien geeft doch een batig saldo groot 146, 71 gulden vanaf dit moment gaat het de schutterij dankzij de inspanning van heel Epen constant voor de wind.

Ook wat het organiseren van schuttersfeesten betreft is er in Epen in deze laatste periode heel wat gepresteerd. Hoogtepunt was wel 1963, toen wij het federatiefeest organiseerde. 50 schutterijen trokken toen door het dorp. Andere hoogtepunten na de oorlog zijn het 4 maal vernieuwen van de uniformen. De laatste keer in 2000. Deze laatste uniformen zijn getrouwe kopieën van de schutterijuniformen zoals deze gedragen werden door de stadsschutterijen aan het begin van deze eeuw.

Ook is binnen de schutterij van vlag gewisseld echter steeds met de afbeelding van de Heilige St Paulus met paard.

De volgende bestaande vlaggen die wij in ons bezit hebben is uit 1869, dan is er nog een Drappo uit 1884 en uit 1959 een vlag van 1978 en 1995. Onze rouwvlag uit 1866 is voor ons zeer kostbaar en vermoedelijk zijn wij de enige die een rouwvlag in het bezit hebben onder de schutterijen.

In 1980 vierde wij het 350 jarige bestaansfeest met een geüniformeerd aantal van 60 en 304 contribuerende leden.


Behaalde successen van na de oorlog:

Op de jaarlijkse schuttersfeesten waaronder 3 bondsfeesten een Federatiefeest en het O.L.S Oud Limburgs Schuttersfeest. De behaalde prijzen medailles en bekers  liggen tussen de 4500 en 5000 stuks plus 10 talen oorkondes en lauwertakken.

Hoogtepunten hieruit zijn het tot 3 maal toe behalen van de door Prins Berhard ingestelde wisselwimpel voor de beste prestatie in een jaar en wel in 1957- 1959 en 1966, helaas werd hij in 1968 voor de laatste keer toegekend.

Op het OLS te Margraten in 1954 werd door het exercitiepeloton de eerste prijs behaald met lof der jury, slecht tot heden St Paulus de enige.

Ook werd er diverse malen de Wimpel plus Wisselbeker orde Folklore gewonnen.

De exercitie wisselbeker werd 6 maal door het Epense exercitiepeloton gewonnen, dit was voor het laatst in 2003.

Het federatiefeest (50 verenigingen) werd in 1966 te Puth Schinnen gewonnen, de zilveren beker van de Gemeente Puth-Schinnen staat in Epen.

Ook mochten wij in 1960 een demonstatie geven aan Hoge officieren der Kon. Landmacht waaronder verschillende Generaals, Ere Generaal de Valk en Ere Kolonel A.W.Mees.

5 september 1973 regeringsjubileum van H.M Koningin Juliana werd door ons mede opgeluisterd. 6 september Regerings jubileum naar Den Haag met afvaardiging met vaandel.

18 september 1973 Prinsjesdag Den Haag opening van de staten Generaal. Ere haag op het binnenhof te vormen voor H.M. Koningin Juliana en haar gevolg, waarna een demonstratie van drumband en exercitie.

Verder bezitten we nog diverse legpenningmedailles uit 1898 -1899- 1912 en 1913.

Meisterschaft van Limburg Ehrenpreis.

1887: Koninklijk schuttersfeest te Eys. 1587- 23 mei 1887.

1901 med. Ter gelegenheid van het Huwelijk H.M. Wilhelmina en Z.H. Hertog Hendrik ‘‘‘s-Gravenhage 4 febr 1901.

Ook zijn wij aanwezig bij Kerkelijke feesten en Rouwdiensten met Koninginnedag, Bevrijdingsdag, Dodenherdenking der Gevallenen.

Jaarlijks Koningsschieten, Gemeentetoernooien dorpsaangelegenheden.

Wij zijn een graag geziene gast in het buitenland. Duistland, België en zelfs tot Frankrijk toe.

En dan zijn we weer toe aan een hoogte punt in ons bestaan, het 375 jarige bestaansfeest. Geschiedeniskundig nemen wij aan dat wij nog velen malen ouder zijn helaas kunnen wij dit nog niet aantonen, daarom hebben wij ons gebaseerd op de jubilea zoals die door onze voorgangers gevierd zijn.

  

Copyright © by Schutterij St. Paulus Epen